Ibrahim Akasha Abdalla
Akasha was een drugshandelaar die afkomstig was uit Mombassa in Kenia. Hij zou onder meer opereren vanuit Basel. Akasha had bezittingen in Nederland, het Midden Oosten en Azië. In Kenia had hij een zakenimperium met onder meer hotels, onroerend goed en benzinestations. Een aantal dagen voor een grote hasjvondst ter waarde van rond de 13 miljoen dollar in een huis van Akasha in Mombasa was hij naar Nederland gekomen. Dit zou in het voorjaar van 2000 zijn geweest. Na deze vondst werd een arrestatiebevel voor hem en zijn zoon Baktash uitgevaardigd. Volgens een familielid zou hij zich hebben willen melden bij de Keniaanse autoriteiten als de borgtocht van een andere zoon, Kamaldin, zou zijn geregeld. Op 3 mei 2000 werd hij op 53-jarige leeftijd vermoord in de Bloedstraat in Amsterdam. Volgens familieleden zou hij bedreigd zijn door leden van een drugsorganisatie in Amsterdam en zou een Egyptische crimineel bemiddelt hebben in het conflict. Andere familieleden gaven aan dat Akasha werd vermoord om te voorkomen dat hij namen zou noemen van hooggeplaatste Kenianen die geprofiteerd hebben van de drugshandel. Volgens veel bronnen in Nederland zou Akasha een partij drugs, bestemd voor Joegoslaven, hebben geleverd aan Magdi Barsoum. Die partij werd echter onderschept door Klepper en Mieremet. Akasha zou vervolgens bij Barsoum en de Joegoslaven verhaal hebben willen halen omdat de partij niet werd betaald. Naar verluidt had Akasha in Kenia al een Joegoslavische tussenpersoon 2 maanden gegijzeld. 
In de ochtend van 3 mei zou Akasha een ontmoeting hebben gepland met Barsoum. Op weg naar die ontmoeting werd hij vermoord. Het onderzoeksteam in Amsterdam dat de moord op Akasha onderzocht, zou in de maanden na de moord slechts 1 serieuze verdachte in beeld hebben gekregen: Magdi Barsoum. Op 2 maart 2002 werd Barsoum vermoord in Amsterdam en toen hield de recherche rekening met een wraakactie door Kenianen voor de moord op Akasha. Er werden echter geen bewijzen gevonden voor die gedachte. 
Na de dood van Akasha werden in Kenia onder meer 8 huizen, een wagenpark en een boot van Akasha in beslag genomen. 
De familie van Akasha bleef actief in de drugshandel en op 28 maart 2002 werd zijn zoon Kamaldin vermoord in Mombasa.