Martin Hoogland
Bijnamen: "De Rechercheur", "Stressie"
Martin Hoogland werd geboren in 1956. Hij werd een politieagent en diende onder meer op het bureau Warmoesstraat. Hoogland raakte verslaafd aan cocaïne en gokken en toen hij steeds meer contacten kreeg met mensen uit de onderwereld werd hij in 1984 ontslagen. Vlak na zijn ontslag was Hoogland betrokken bij een schietpartij in een obscure dancing in Amsterdam. Hij schiet twee mensen neer. Voor die schietpartij werd hij veroordeeld tot 15 maanden cel. Tijdens die celstraf leert hij Joegoslavisch. Na zijn vrijlating raakte hij bevriend met Duja Becirovic en werd hij diens lijfwacht. Na de moord op Becirovic werkte Hoogland voor diens rechterhand Jotsa J..
Volgens geruchten zou hij aan het eind van de jaren-80 ook toenadering hebben gezocht tot de de groep van Johan V. 'De Hakkelaar'. De naam van Hoogland werd aan het begin van de jaren-90 gekoppeld aan een groot aantal liquidaties. 
Hoogland werd op 30 juni of 1 juli 1991 gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij de moord op Klaas Bruinsma. 
Op 5 april 1993 werd op de eerste dag van het hoger beroep bij het Amsterdamse gerechtshof bekend dat er een videoband zou bestaan waarop mogelijk de moordenaar van Klaas Bruinsma was vastgelegd. Het bestaan van de videoband werd genoemd door een 30-jarige nachtwaker. Hoewel de man al vaker werd gehoord als getuige was de videoband nooit ter sprake gekomen. Vanuit de loge van het casino naast het Hiltonhotel zouden de bewegingen op straat zijn geregistreerd. Dat zou kunnen betekenen dat Hoogland, die zijn auto voor het casino zou hebben geparkeerd, op de band zichtbaar zou moeten zijn geweest. Tot dan toe had niemand van de getuigen gezegd Hoogland te hebben zien schieten.
Op 8 april werd bekend dat de videoband was verdwenen. Volgens een rechercheur die de band kort na de moord op Bruinsma had bekeken, stond er ‘niets herkenbaars’ op de band en waren de beelden schimmig. De band was zelfs nooit in beslag genomen. 
Op 8 april legde Hoogland voor het eerst een verklaring af over de moord op Tony Hijzelendoorn. Hij verklaarde dat hij de moord niet had gepleegd, maar dat hij in de week voor de moord juist met Hijzelendoorn in onderhandeling was over een drugsdeal. Hijzelendoorn zou 100 kilo softdrugs hebben willen kopen van Hoogland. De deal ging echter niet door omdat Hijzelendoorn op dat moment niet genoeg geld zou hebben gehad. Volgens Hoogland was hij op de avond van de moord op Hijzelendoorn in diens woning in Wilnis geweest op verzoek van Hijzelendoorn zelf. Die zou geld van Hoogland hebben willen lenen. Een getuige bevestigde tijdens de zitting bij het gerechtshof de acute geldnood van Hijzelendoorn.
Tijdens de behandeling van het hoger beroep werd bekend dat enkele getuigen in beide zaken bedreigd waren. Een zakenman die tijdens de rechtszaak had verklaard dat hij Bruinsma tegen Hoogland had horen roepen dat hij niet moest denken dat hij bang voor hem was omdat hij een ex-politieman was. Tijdens de behandeling van het hoger beroep wist de zakenman zich opeens niets meer te herinneren. Er werd bekend dat er 100.000 gulden op zijn hoofd zou staan als hij opnieuw tegen Hoogland zou getuigen. 
Op 4 juni 1993 eiste de advocaat-generaal 20 jaar tegen Hoogland voor de moorden op Bruinsma en Hijzelendoorn. Hij vond dat wettig en overtuigend was bewezen dat Hoogland de moorden had gepleegd. De president van het gerechtshof zou tijdens de zittingen hebben laten merken dat hij moeite had om zich een goed oordeel te vormen over de zaak, omdat door een gebrek aan hard bewijs zelfs de kleinste details belangrijk konden zijn.
De advocaat van Hoogland was furieus op het OM omdat het Steve Brown een vrijgeleide zou hebben verschaft in ruil voor zijn getuigenis tegen Hoogland. Volgens advocaat Boone zou Hoogland zonder Brown niet veroordeeld kunnen worden en kwam hij dus als geroepen voor het OM. 
In 1993 werd hij veroordeeld tot 20 jaar cel voor de moorden op Klaas Bruinsma en Tony Hijzelendoorn. Hij werd voornamelijk veroordeeld op basis van een getuigenverklaring van Steve Brown
Op 18 maart 2004 werd Hoogland in Hoorn geliquideerd. Hij zou in juli 2004 vrijkomen en was overgeplaatst naar de halfopen penitentiaire inrichting. Hij mocht die regelmatig verlaten.