Jacobus Adrianus van der Heiden
"Jaap", "Kale"
Jaap van der Heiden werd geboren op 11 maart 1946 te Amsterdam. Volgens mensen die hem kensen zou hij graag altijd de 'grootste' hebben willen zijn, zowel in zijn legale zaken als zijn zaken in het criminele milieu. Hij hield zich bezit met de handel in alles wat los en vast zat. Textiel bijvoorbeeld. Zowel in Den Helder als in Alkmaar verdiende hij de kost met een stoffenhal. Ook verhuurde hij windschermen en badhokjes aan de Noord-Hollandse kust.
Sinds de jaren-70 zou hij een bekend figuur zijn geweest in de hasjhandel. Hij zou in de loop van de jaren-80 een naam hebben opgebouwd als iemand die alles kon regelen op transportgebied. In 1988 werd hij veroordeeld voor vuurwapenbezit. 
De drugshandelaar zou als informant voor het CID Kennemerland hebben gewerkt. In april 1990 werd hij veroordeeld tot 18 maanden cel voor hasjsmokkel uit Spanje in 1987. Hij werd ervan verdacht de organisator te zijn geweest van diverse hasjtransporten van Spanje naar Nederland. Twee van die transporten, van 150 en 400 kilo werden onderschept. Van der Heiden werd bij het laatste transport door de Brabantse politie gearresteerd in de cabine bij zijn chauffeur.
Van der Heiden zou betrokken zijn geweest bij een hasjzaak in september 1991. Toen werden in Gorredijk in Friesland een transporteur en een van zijn chauffeurs betrapt bij het overladen van 800 kilo hasj die uit Spanje was gesmokkeld. Het onderzoek bracht daarna een criminele organisatie aan het licht die tussen 1989 en 1991 ruim 27.000 kilo hasj in vrachtwagens naar Nederland had gesmokkeld. Een bekende van Van der Heiden, een toen 44-jarige man uit Alkmaar, werd in oktober 1991 aangehouden. Hij werd ervan verdacht de organisator van de transporten te zijn geweest. Tijdens verhoren van verdachten in de zaak werd de naam van Van der Heiden regelmatig genoemd. Volgens een woordvoerder van de politie was Van der Heiden betrokken bij de hasjsmokkel, maar was een direct verband moeilijk aan te tonen geweest. 
Ook na zijn veroordeling bleef hij actief in de drugshandel. In één van zijn strandtenten leerde hij Michael Vane kennen en samen besloten ze om 'in zaken' te gaan met elkaar. In november 1993 werd het lichaam van Vane gevonden in een uitgebrande auto.
Van der Heiden deed voor zijn hobby mee aan wedstrijden met duiven. Een verhaal dat onder leden van een duivenvereniging in Warmenhuizen de ronde deed was dat Van der Heiden zijn duiven in Frankrijk een kokertje met cocaïne om de poot liet doen en dan liet terugvliegen.
Behalve met Vane zat Van der Heiden ook in de drugshandel met George Plieger. Met Plieger hield hij zich ook bezig met diamantenhandel. Hij werd echter opgelicht door een groep Italianen en verloor miljoenen. Hij zou hierover met Plieger ruzie hebben gekregen. Met Sam Klepper en John Mieremet zou hij een conflict hebben over een partij van 400 kilo hasj die Van der Heiden als tussenhandelaar was verloren.    
In oktober 1991 brandde de kapitale villa van Van der Heiden aan de Parkweg in Bergen aan Zee af. Eerder was ook al een boerderijtje van hem aan de Voorweg in Schoorl in vlammen opgegaan. 
Van der Heiden was betrokken bij de smokkel van hasj met de Brittania Gazelle. Hij zou geld hebben geleend van de beruchte Juliet bende uit Breda. Deze bende eiste van Van der Heiden een deel van de opbrengst van de hasj op. De Brittania Gazelle was echter onderschept en Van der Heiden kon niet betalen. Hij stuurde een vriend naar de Juliet bende om te onderhandelen. De vriend werd echter gegijzeld en uiteindelijk werd de vriend van Van der Heiden door George Plieger vrijgekocht, namens de organisatie van Henk Orlando R.
In het najaar van 1992 zou in kringen rond Mink K. het gerucht zijn rond gegaan dat Van der Heiden informant van de CID was. Van der Heiden zat op dat moment in de gevangenis nadat hij was opgeroepen om de celstraf van 18 maanden uit april 1990 uit te zitten. Elke maand mocht hij een weekend met proefverlof naar huis. In de gevangenis zou hij hebben gedreigd dat hij George Plieger of anderen uit de groep rond Mink K., Jan Femer, Sam Klepper en John Mieremet zou laten liquideren.
Voor het weekend van 13 en 14 maart kreeg Van der Heiden van de recherche de tip dat er plannen waren om hem te liquideren. Hij bleef dat weekend in de gevangenis. Er zou ook een tweede waarschuwing zijn gekomen voor het tweede weekend in april. De CID gaf deze tip niet door.  
Van der Heiden kwam op 10 april 1993 bij het openen van zijn voordeur te Alkmaar om het leven door een semtexbom toen hij een weekend met verlof was. Hij werd door de explosie enkele meters weggeslingerd en zou een arm verloren hebben. Van der Heiden werd eerst overgebracht naar het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Later werd hij overgebracht naar het Brandwondencentrum in Beverwijk waar hij overleed. Bij de explosie liepen ook omstanders verwondingen op.
Na de liquidatie doken er vele verhalen over de reden van de liquidatie en de opdrachtgevers op. Zo zou de liquidatie vermoedelijk in opdracht van de top van de Delta-organisatie zijn gepleegd en was Jan Femer zelf bij de liquidatie aanwezig.
Een ander verhaal is dat Van der Heiden de IRA een grote wapenzending zou hebben beloofd, maar zijn belofte niet inloste. Ook werd gezegd dat een bende Joegoslaven de drugshandel in Alkmaar wilde overnemen en werden Walter D., Henk Orlando R. en George Plieger ook genoemd als opdrachtgevers. Ook zou Van der Heiden een huurmoordenaar hebben benaderd om Sam Klepper te liquideren. De benaderde huurmoordenaar zou echter zijn overgelopen naar Klepper en die besloot vervolgens om Van der Heiden te liquideren. 
Op 15 februari 2005 werd Mink K. gearresteerd in verband met de moord op van der Heiden en op 16 februari 2006 werd Stanley Hillis aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de moordaanslag. Hillis kwam al snel weer op vrije voeten en Mink K. werd op 20 juli 2007 vrijgesproken van betrokkenheid bij de moord op Van de Heiden.