Jan L.
Jan L. was directeur van het inmiddels failliete afvalverwerkingsbedrijf Tankercleaning Rotterdam (TCR). Het gerechtshof in Den Haag veroordeelde L. in 1996 tot 6 jaar cel voor grootscheepse illegale lozingen van zwaar verontreinigd afvalwater in de Botlek, de illegale uitvoer van chemisch afval, valsheid in geschrifte en deelneming aan een criminele organisatie. L. was een van de drie broers die bij TCR de scepter zwaaiden. De affaire leidde tot het persoonlijk faillissement van de gebroeders. 
Ook oud-minister Kroes raakte bij het milieuschandaal betrokken. Als minister van Verkeer en Waterstaat had ze 23 miljoen gulden subsidie verstrekt aan TCR, nadat justitie al had laten weten verdenkingen tegen het bedrijf te koesteren. Kroes heeft altijd gezegd dat haar geen blaam treft in de affaire. 
Ze vond het onterecht dat een onderzoekscommissie van de Tweede Kamer stelde dat ze verwijtbaar heeft gehandeld en bestuurlijk nalatig is geweest. Volgens Kroes had ze geen juridische middelen om de vergunning van het bedrijf in te trekken.
In april 2006 werd bekend dat hij hoofdverdachte is in een cocaïnesmokkel tussen Curaçao en Rotterdam. Justitie verdenkt hem en twee mede-hoofdverdachten ervan dat ze een transport van 1780 kilo cocaïne hebben georganiseerd. De douane onderschepte de partij eind januari 2006 in de Rotterdamse haven. De drugs zaten verstopt in een industriële boiler. Justitie hield ook nog vier andere verdachten aan.