- Marco P.
- P. was in de jaren-80 actief in de criminele autobusiness. Volgens
justitie kwam hij in de bestanden van de CIE onder meer voor omdat in een
bedrijf van P. auto's zouden worden geprepareerd voor het smokkelen van
geld en/of verdovende middelen. Hij zou in de jaren-90 zijn genoemd als
lid van het Octopus-syndicaat. Hij zou ook contacten hebben gehad met de
vermeende topman van dat syndicaat: Johan "De Hakkelaar"
V.
- P. hield zich bezig met vastgoedhandel en volgens justitie zou hij
een belangrijke witwasser zijn. Ook zou hij betrokken zijn geweest bij de
exploitatie van wietkwekerijen in Amsterdam-Noord.
- De naam van P. dook onder meer op in de strafzaak tegen Evert Hingst.
- In december 1999 was P. betrokken bij de handel in een pand aan de
Geldersekade. Ook Tonnie van Eunen en John Mieremet waren daarbij
betrokken.
- P. zou een conflict hebben gehad met Willem Holleeder en hij zou door
mensen van Holleeder in elkaar geslagen zijn. Volgens geruchten zou P.
daarna zijn uitgeweken naar New York. Een paar maand later werden zijn
zakenpartners Hingst en Mieremet vermoord.
- In september 2008 werd P. gearresteerd op verdenking van witwassen en
valsheid in geschrifte. De politie vond een vuurwapen in zijn woning. In
die zaak deed P. zaken met bekende criminelen en omstreden
vastgoedhandelaren.
- Op 30 maart 2009 werd P. op 44-jarige leeftijd door een Frans
arrestatieteam gearresteerd in Theoule sur Mer, een dorpje vlakbij Cannes, op verdenking van het witwassen van
misdaadwinsten. Hij werd gearresteerd op verzoek van de Nederlandse
justitie. In de woning waar P. verbleef werd wederom een wapen
aangetroffen. P. had een groot aantal auto's op zijn naam staan. In
Griekenland werd een jacht van hem in beslag genomen. Na zijn
arrestatie gingen er geruchten dat P. al langere tijd niet meer in
Amsterdam was geweest uit angst voor een op handen zijnde aanslag op zijn
leven. Tussen juni 2003 en zijn arrestatie zou P. twee mannen een
criminele boete hebben opgelegd na een mislukt drugstransport naar
Engeland in 1999.
- Op 16 juli 2009 stond P. voor de rechter. Het OM verdacht hem van
witwassen en oplichting. Ook zou hij als stroman criminelen aan auto's en
woningen hebben geholpen. De rechtbank verlengde het voorarrest van P.,
onder meer vanwege vermeend vluchtgevaar. De strafzaak tegen P. zou op z'n
vroegst in het najaar van 2009 worden behandeld.
- In januari 2010 werd de aanklacht tegen P. uitgebreidt. Volgens
justitie was hij samen met twee medeverdachten betrokken bij de smokkel
van 4050 kilo cocaïne naar Nederland. Op 8 januari 2010 werden de twee
medeverdachten echter vrijgelaten omdat er volgens de rechtbank te weinig
bewijs was op grond waarvan ze zouden moeten worden vastgehouden. P. bleef
wel vastzitten.
- Dat hij en zijn medeverdachten betrokken zouden zijn bij de smokkel
baseert justitie met name op de verklaringen van Hesley J. uit Lelystad.
Hij werd in 2006 tot 9 jaar cel veroordeeld voor de smokkel van cocaïne
met het schip Otton. In september 2009 noemde hij ineens Marco P. als
opdrachtgever en financier.
- Op 20 september 2010 begon in Amsterdam een rechtszaak tegen P.
Volgens justitie faciliteerde hij jarenlang bekende criminelen. In het 136
ordners tellende dossier komen onder meer de namen voor van Willem
Holleeder, Tonnie van Eunen, Rudy van Efferen, John Mieremet, Evert
Hingst, Jan Femer, Jules Jie, Michael Vane en een reeks andere bekende
namen uit de Amsterdamse onderwereld, zoals Mink K. Het beeld dat het OM
wilde schetsen was dat P. al zijn halve leven in het criminele milieu
verkeert en dat hij een belangrijke faciliteerder is van de grote jongens.
De zaak van de 4050 kilo cocaïne is afgesplitst en zal later worden
behandeld. Ook loopt er nog een onderzoek naar het vermogen van P., in een
poging hem zijn misdaadwinsten af te nemen.
- Op 23 september eiste justitie 5 jaar celstraf tegen P. Een dag later
noemde diens advocaat de zaak een 'flutzaak'. Volgens hem wil justitie P.
definitief uitschakelen en is in dat streven de waarheid geweld aangedaan
en gemanipuleerd. Volgens hem heeft het OM daarmee het recht op vervolging
verspeeld.