- Giuseppe La S.
- "Vieze Peter", "Peter Viestand", "De
Fries"
- Peter La S. werd geboren op 11 oktober 1964 in Rotterdam. Hij zou
zich al op jonge leeftijd hebben beziggehouden met (bank)overvallen. Op17
maart 1982 werd hij veroordeeld voor inbraak en op zijn 23e werd hij tot 6 jaar cel veroordeeld voor een serie
bankovervallen. In 1994 werd hij voor een nieuwe reeks overvallen en
afpersing tot 7
jaar cel veroordeeld. Hij handelde ook in hasj en cocaïne. La S. woonde
in het Friese Hardegarijp.
- Rond 1997 zou hij Jesse R. in de gevangenis van Utrecht hebben leren kennen,
toen ze naast elkaar in de cel zaten, en
zouden ze zijn gaan samenwerken. Na zijn vrijlating uit de gevangenis zou
La S. korte tijd hebben gewerkt als exploitant van een bowlingsbaan en ook
zou hij bij een leasemaatschappij hebben gewerkt.
- Aan het eind van de jaren-90 zouden La S. en Jesse R. samen in de
drugshandel zijn gegaan. Volgens La S. lukten de geplande drugstransporten
vaker niet dan wel. Ze zouden onder meer zaken hebben gedaan met een
in Marokko woonachtige Nederlander. Deze hasjhandelaar verklaarde later
dat La S. twee junks had ingehuurd om voor 25.000 euro Ariën K. te
vermoorden. Deze K. zou geld dat hij had geïnvesteerd in de drugshandel
van La S. en R. hebben teruggeëist. De junks zouden K. in zijn woning in
Wijk aan Zee hebben aangevallen en met een schroevendraaier hebben
verwond. K. overleefde de aanslag en verklaarde in een gesprek met de
recherche dat hij vermoedde dat La S. en R. achter de aanslag zaten.
- Volgens La S. zou hij na de mislukte pogingen om in de drugshandel te
gaan met Jesse R. hebben geprobeerd om uit het milieu te stappen. Zo zou
hij een HBO-opleiding zijn begonnen om te leraar maatschappijleer te
worden. Hij stopte daar mee toen zijn advocaat had uitgevonden dat het nog
22 jaar zou duren voor hij een 'verklaring van goed gedrag' zou
krijgen.
- In november 2004 zou La S. hebben geholpen bij de ontsnapping van
Jesse R. uit de gevangenis.
- In februari 2007 werd La S. gearresteerd. Hij zou al vanaf 11
september 2006 informant zijn geweest van de CIE in Amsterdam. In ruil voor een lagere strafeis en
ongeveer 1 miljoen euro, die hij over tien jaar verspreid zou ontvangen, vertelde hij over meerdere liquidaties. Hij zou de deal mede hebben
gesloten omdat hij zelf op een dodenlijst zou zijn gezet. Volgens sommige
bronnen had La S. rond 2003 een brief gestuurd naar Bhagdad el H., de
leider van een drugsbende. Hij zou El H. hebben gedreigd hem te verraden
bij de politie tenzij hij een bedrag van enkele tonnen aan La S. zou
overmaken. El H. zou vervolgens de jacht hebben geopend op La S. en die
zou bij de CIE bescherming hebben gezocht.
- La S. werd zelf door het OM aangeklaagd voor betrokkenheid bij de
liquidaties van Kees Houtman en Thomas van der Bijl en voor een poging tot
moord op George van D. Op 14 april 2008 was er een pro-forma zitting
waarop bekend werd dat La S. van nog meer liquidaties werd verdacht. Het
OM had die verdenkingen niet vermeld omdat er te weinig bewijs voor zou
zijn. Volgens de verdediging van o.a. Ali A. en Sjaak B. was de deal
tussen het OM en La S. onwettig door de verdenking van betrokkenheid bij
meerdere liquidaties.
- Volgens La S. zou hij samen met Jesse R. Thomas van der Bijl hebben
moeten vermoorden. Ze trokken zich echter terug nadat La S., met wapen in
de hand, per ongeluk oog in oog kwam te staan met Van der Bijl.
- Op 12 maart 2009 liet La S. weten dat hij ten tijde van zijn
onderhandeling met justitie over een deal, zou hebben geprobeerd zich af
te laten kopen door criminelen met een partij cocaïne ter waarde van 1
miljoen euro. Hij zou dat geld hebben willen gebruiken om uit het
criminele milieu te stappen en zou dan geen deal hebben gesloten met
justitie.
- Aan het begin van mei 2009 zei La S. zo teleurgesteld te zijn in het
politieteam dat zijn bescherming regelde, dat hij niet meer wenste te
getuigen. Volgens La S. zouden afspraken over zijn veilidheid en toekomst
voortdurend worden geschonden. Volgens justitie zijn met La S. vooral
conflicten ontstaan over de hoge financiële eisen die hij stelde. Het OM
waarschwude La S. dat hij zijn verplichtingen moet nakomen. Als hij dat
niet zou doen, zou het OM de overeenkomst met La S. opzeggen en zou de
toegezegd gehalveerde strafeis komen te vervallen. De rechtbank legde het
liquidatieproces stil na de weigering van La S. om nog verklaringen af te
leggen. Justitie kreeg een week de tijd om een oplossing te vinden voor de
problemen met La S.
- Op 9 november 2009 werd officier van justitie Wind verhoord over de
aanwijzingen dat rechercheurs en Wind informatie aan La S. zouden hebben
gegeven, waardoor die niet alleen verklaarde over wat hij zelf wist, maar
ook over wat hij zou hebben gehoord. La S. zou zijn verhaal in het verloop
van de verhoren op sommige punten hebben aangepast aan de inhoud van het
strafdossier. Hoewel de officier van justitie eerst had toegegeven dat zij
waarschijnlijk op 2 punten belangrijke informatie had gegeven aan La S.,
trok ze die verklaring op 9 november 2009 weer in.
- Op 1 februari 2010 voerden de advocaten in het liquidatieproces 2
getuigen op die beweren dat La S. hen heeft verteld dat hij in 2001 of
2002 een moord zou hebben gepleegd. Hij zou 'een grote man in een loods'
hebben doodgeschoten. Het zou daarbij mogelijk om Gerrie Betlehem gaan.
- Op 15 maart 2010 verklaarde La S. dat hij was voorgelogen door het OM
en eiste hij dat al zijn verklaringen van tafel gehaald zouden worden. Hij
vond dat hij en zijn familie niet de bescherming kregen die door justitie
was toegezegd. Bovendien zou justitie volgens La. S. 'honderden'
gesprekken tussen hem en zijn advocaten hebben afgeluisterd en daarmee
verkregen informatie tegen hem hebben gebruikt. Volgens La S. had justitie
hem een grote som geld beloofd in ruil voor zijn verklaringen. Het OM
ontkende dit. De rechtbank in Amsterdam wilde vervolgens van het OM weten
of er ontoelaatbare toezeggingen waren gedaan.
- Volgens La S. zouden Fred R. en Sjaak B. de moord op Cor van Hout
hebben uitgevoerd. Hij zou verklaard hebben dat R. de motor bestuurde en
dat B. als schutter achterop zat. Ook vertelde La S. dat Jesse R. er 'heel
trots' op was dat hij de opdracht voor de moord op Van Hout had gekregen.
R. zou volgens La S. ook betrokken zijn geweest bij de moorden op Arnold
Pels, Gerrie Betlehem en Nedim Imac. De opdracht voor de moord op Pels zou
van Danny K. zijn gekomen en Betlehem zou zijn vermoord na een conflict
over 130 kilo softdrugs of cocaïne. Volgens La S. had R. hem een foto
laten zien van het lichaam van Betlehem.
- Op 4 november 2010 werd bekend dat de ernstige crisis tussen La S. en
justitie bezworen was en dat hij toch verder zou gaan als kroongetuige in
het liquidatieproces. Advocaten van de verdachten in het proces
suggereerden dat hij zou zijn 'afgekocht'.
- Op 9 februari 2011 deden Ali A., Sjaak B. en Dino S. aangifte tegen
La S. Zij beschuldigen hem van de moord op Gerrie Bethlehem en zouden
gevraagd hebben La S. te vervolgen voor die moord. De drie aangevers
wilden dat de vervolging van La S. wegens de moord op Bethlehem meegenomen
zou worden in het liquidatieproces. Op die manier wilden zij alsnog de
kans krijgen de betrouwbaarheid van La S. te toetsen.
- Op 30 september 2011 bracht getuige Peter La S., in de
strafzaak tegen Dino S., Willem Holleeder rechtstreeks in verband met de
liquidatie van Thomas van der Bijl. Op 10 oktober zou officier van
justitie De Haas een proces-verbaal hebben opgesteld dat het OM al vijf
jaar wist dat Holleeder de opdrachtgever zou zijn geweest van enkele
liquidaties. Peter la S. zou dat verklaard hebben. De verklaringen van La
S. werden geheim gehouden op verzoek van La S. die vreesde voor de
veiligheid van zijn familie als bekend zou worden dat hij ook over
Holleeder verklaringen had afgelegd. Volgens La S. zou Holleeder achter de
moorden op Kees Houtman en Thomas van der Bijl zitten.
- Op 10 oktober 2011 verklaarde La S. dat rechercheurs hem in zijn
eerste verhoren belangrijke informatie zouden hebben gevoerd. Zo zou hem
verteld zijn dat een auto met de neus de andere kant op stond geparkeerd
dan La S. het zich had herinnerd.
- Op 11 november 2011 legde de advocaat van La S. de verdediging van
zijn cliënt neer omdat hij die niet voluit zou kunnen hebben voeren. La
S. en zijn advocaat hadden de rechtbank gevraagd om zijn zaak af te
splitsen van het grote liquidatieproces, maar de rechtbank wees dat
verzoek af. La S. gaf aan dat hij zijn eigen verdediging zou gaan voeren
en hij verzocht de rechtbank om toestemming om bij de verhoren van
getuigen aanwezig te mogen zijn. Ook eiste hij een fonds om zijn
verdediging te kunnen bekostigen, wilde hij het volledige dossier op
papier ontvangen en eiste hij 3 maanden inleestijd.
- La S. verklaarde op 14 november dat hij in hoger beroep zou gaan,
ongeacht de uitkomst van het proces in zijn eigen zaak. "Dit wordt
een levenswerk voor mij. Ik dacht er in vijf jaar vanaf te zijn, maar ik
ben over vijftien jaar nog bezig".