Petrus S.
Bijnaam:"Peerke"
Petrus S. kwam uit Eersel. Hij zou zich bezig hebben gehouden met grootschalige handel in xtc. Hij banden hebben gedaan met o.a. Peter van D., Mink K., Jan Femer, Evert Hingst en de Israeliërs Oded Tuito en Eliakiem E. Hij zou ook gewerkt hebben met Noud Waterschoot, die later geliquideerd werd. Er werd gezegd dat S. een partij MDMA van Waterschoot had geript en dat Waterschoot S. had laten weten dat hij moest betalen.
Op 20 november 2001 leidde een onderzoek naar een Israelische crimineel tot de vondst van 1,6 miljoen xtc-pillen in de Duitse stad Lubeck. Deze pillen bleken van dezelfde makelij als xtc-pillen die in 2002 in Zierikzee werden gevonden. De Israelier zou hebben gezegd dat hij voor de aanvoer van pillen in contact was gekomen met ‘de grootste van Nederlan’. Hij bedoelde daar S. mee. 
Aan het eind van april/begin mei 2002 werd in Zierikzee een partij van ongeveer 1,5 miljoen xtc pillen aangetroffen. De pillen bevonden zich op het Poolse zeiljacht Evelin. Korte tijd later werden nog 100.000 pillen in Spijkenisse gevonden. Deze vangst zou het resultaat zijn geweest van een grootscheeps onderzoek naar Petrus S. In februari 2001 zouden politie en justitie met het onderzoek zijn begonnen. Twee maanden na de vondst van de pillen in Zierikzee werd hij gearresteerd. 
Op 3 juni 2003 begon voor de rechtbank in Den Bosch het proces tegen de, op dat moment 40-jarige S. Er werd veertien jaar celstraf tegen hem geëist. Op 19 juni 2003 werd hij tot dertien jaar veroordeeld. Drie Poolse handlangers kregen straffen van 10, 6 en 1,5 jaar celstraf. Een man uit Best, een goede bekende van S., werd tot 7 jaar veroordeeld. Als organisator van het transport met de Evelin werd de bekende Poolse crimineel Ricardo Fanchini genoemd. Fanchini werd in 2007 in Engeland gearresteerd en in april 2009 in de USA tot 10 jaar cel veroordeeld. 
Op 13 oktober 2006 publiceerde het Eindhovens Dagblad een artikel over S. Hij moest in november van dat jaar terechtstaan in Frankrijk op verdenking van betrokkenheid bij antiekroof in Franse kastelen en kerken, samen met twee andere Nederlanders, Franciscus T. en Antonius van H. Omdat hij eerder dat jaar in hoger beroep was gegaan tegen een veroordeling tot elf jaar en acht maanden wegens xtc-handel, werd de kans klein geacht dat S. voor de rechtbank in Frankrijk zou verschijnen. Volgens het Eindhovens Dagblad kwam S. in de jaren-90 achttien maal in aanraking met justitie, meestal voor overtreding van de Opiumwet. In 1996 zou er huiszoeking zijn gedaan in de woning van S. en zou er voor 1,2 miljoen euro aan gestolen antiek en kunst gevonden. De spullen waren enkele weken eerder gestolen in Parijs en Fontainebleau. De huiszoeking werd gedaan op verzoek van de Franse justitie en er waren ook Franse rechercheurs aanwezig.
In 2006 werd hij door het gerechtshof in Den Bosch veroordeeld tot een celstraf van elf jaar en acht maanden. 
Op 28 november 2010 werd de woning van S. aan de Boutenslaan in Eindhoven onder vuur genomen. Er raakte daarbij niemand gewond. Volgens getuigen werden er meerdere salvo's afgevuurd met, vermoedelijk, een automatisch wapen.
De Telegraaf meldde op 1 december dat het om de woning van S. ging en dat hij, volgens bronnen bij justitie, al jaren kan rekenen op warme belangstelling van de Nederlandse opsporingsdiensten. Zo zou hij de afgelopen jaren zijn gekoppeld aan enkele xtc-transporten. Hij kwam niet lang voor de schietpartij weer vrij na een celstraf. De woning van S. was voorzien van kogelwerend glas, rolluiken en camera's.
De naam van S. zou bij justitie in beeld zijn geweest als belangrijke verdachte voor de liquidatie op twee drugsdealers in Hilvarenbeek, waarbij ook de toevallig aanwezige broers Taminiau werden gedood.
Volgens De Telegraaf kwam S. voort uit een invloedrijk netwerk van criminelen in Zuid-Nederland, dat grote macht verwierf met de productie van xtc. Geldstromen van dit netwerk zouden via Willem Endstra gelopen hebben.
Een goed ingevoerde bron zou hebben verklaard dat er na de arrestatie van Janus van W. sprake zou zijn van een machtsvacuüm in Brabant en dat er sprake zou zijn van machtsverschuivingen en de opkomst van nieuwe groepen.
Op 2 maart 2011 werd bekend dat justitie in hoger beroep 1,5 miljoen euro zou eisen van S.. De rechtbank veroordeeld hem eerder tot het terugbetalen van de winst van drugshandel, maar daar ging S. tegen in beroep. In juni 2011 zou de zaak door het gerechtshof behandeld worden. Tijdens de behandeling van het hoger beroep bij het gerechtshof in Den Bosch werd op 11 augustus 2011 duidelijk dat de advocaat van S. in Israël getuigen wilde laten horen. Het getuigenverhoor zou echter nog wel op zich laten wachten en daarom werd de inhoudelijke behandeling van de zaak uitgesteld tot december.
In juni 2011 stond S. als getuige voor de rechtbank in Amsterdam. Hij zou zich zelf als getuige bij Nico Meijering, de advocaat van Dino S., hebben gemeld. Peerke S. verklaarde dat kroongetuige Peter la S. hem in het voorjaar van 2002 zelf zou hebben verteld dat hij Gerrie Bethlehem had doodgeschoten en dat hij het lichaam daarna, samen met Jesse R. en een derde man, in het water zou hebben gedumpt. Volgens S. vond hij het onterecht dat La S. niet vervolgd werd voor de moord op Bethlehem terwijl er door drie getuigen was verklaard dat La S. de moord had gepleegd, en had hij zich om die reden gemeld bij Meijering. In de rechtbank bevestigde Jesse R. deels het verhaal van S. en sprak hij het ook deels tegen. Na enig doorvragen sprak ook S. zichzelf geregeld tegen en zou het verhoor wat warrig zijn verlopen.
Officier van justitie Michiel van IJzendoorn was verbaasd over de verklaringen van S. Hij suggereerde dat de verdediging S. eerst het dossier over de moord op Bethlehem had laten lezen en hem daarna had laten verklaren alsof het uit z'n eigen geheugen kwam. Met name advocaat Nico Meijering was woedend over deze suggestie. Hij noemde het 'een schofterige suggestie' dat de advocaten S. zouden hebben betaald voor zijn verklaringen. 
Op 21 november 2011 werd het gebiedsverbod van S. opnieuw verlengd met drie maanden. Volgens de burgemeester van Eindhoven was er nog steeds ernstige en waarschijnlijke dreiging dat S. weer in het huis aan de Boutenslaan zou gaan wonen als het gebiedsverbod zou worden opgeheven. Dat was volgens hem niet gewenst in het kader van de veiligheid en openbare orde in de buurt. De advocaat van S. zou mogelijk bezwaar aantekenen tegen het gebiedsverbod.
Op 17 februari 2012 werd het gebiedsverbod opgeheven. Omdat er inmiddels iemand anders in het huis woonde, vond de burgemeester van Eindhoven het niet nodig om het verbod te verlengen.