Ronald G.
Ronald G. werd geboren in 1949. Hij werd genoemd als de "minister van financiën" van het Octopus syndicaat. In 1991 meldde ene mijnheer De Boer zich bij de Femis bank in Zeist. Hij eist dat hij geld wil opnemen en er worden bedreigingen geuit tegen het bankpersoneel. Uiteindelijk wordt er 17,5 miljoen gulden uitbetaald op de rekening van een advocaat uit Utrecht. Het bankpersoneel herkent hem later als de voorzitter van de ijshockeyclub in Utrecht, Ronald G. G. had in Bilthoven een luxebordeel, Florence Hill, dat hem jaarlijks minstens een miljoen gulden opleverde. Aan het eind van 1989 rijzen bij de Amsterdamse politie voor het eerst verdenkingen dat G. betrokken is bij drugshandel. Op een Octopus-verdachten lijst uit 1991 nam hij de 5e plaats in. Hij heeft zijn aandacht dan al verlegd van de prostitutie naar de horeca en de huizenhandel. Hij koopt het Utrechtse cafe "De Hooge Heeren" waar hij vaak met Johan V. wordt gesignaleerd. Op 27 februari 1994 werd hij gearresteerd. 
Op 17 oktober 1994 werd hij vrijgesproken van de verdenking dat hij betrokken zou zijn geweest met het wegsluizen van 17,5 miljoen gulden naar Zwitserland. De officier van justitie had 4 jaar cel tegen hem geëist. 
De 17,5 miljoen gulden stond op een anonieme rekening bij de Femis-bank. Justitie vermoedde dat het geld afkomstig was uit de opbrengsten van enorme hasjtransporten. 
De rechtbank in Amsterdam oordeelde dat met bewijsmateriaal dat beschikbaar was niet kon worden uitgesloten dat het geld van Shyam G. is of van ondernemers uit het Caribische gebied. Shyam G. was volgens justitie valselijk naar voren geschoten om de transacties te rechtvaardigen. 
Ron G. werd ook vrijgesproken van betrokkenheid bij twee grote hasjtransporten van samen ruim 160 ton. Wel bewezen werd verklaard dat hij had deelgenomen aan een criminele organisatie die zich met hasjsmokkel bezighield. Hij werd hiervoor door de rechtbank tot 2 jaar celstraf veroordeeld. Zijn deelneming aan de organisatie zou hebben bestaan aan het doen van betalingsopdrachten, bijvoorbeeld voor de aankoop van schepen. 
G. werd op 27 april 1995 in hoger beroep tot 3 jaar cel veroordeeld. In maart 2001 werd hij opnieuw gearresteerd op verdenking van grootschalige invoer van grondstoffen voor synthetische drugs. Volgens justitie is hij de leider van een bende die in 5 laboratoria XTC fabriceerde.