Stanley Marshall Hillis
"De ouwe"
Stanley Hillis werd geboren in Den Haag op 10 september 1946. In zijn jonge jaren zou hij zich aangemeld hebben bij het Franse vreemdelingenlegioen. Na zijn huurlingentijd zou hij samen met Franse, Joegoslavische en Italiaanse gangsters in heel Europa overvallen hebben gepleegd. In 1979 overviel hij samen met handlangers een bank. Bij de overval kwam een agent om het leven. Hillis werd gearresteerd en veroordeeld. Op 8 augustus 1981 ontsnapte hij uit de gevangenis. Hij heeft ondermeer samengewerkt met de Joegoslavische misdaadbaas Arkan. Hillis ontsnapte na een overval eens verkleed als kibbelend stelletje, samen met een Joegoslavische mededader. Hij hielp Arkan ook ontsnappen uit de gevangenis. Op 20 januari 1982 pleegde hij een overval op een bank in Baarn. Stanley Hillis werd gearresteerd op 1 april 1982 en in 1982 tot 6 jaar cel veroordeeld. 
Op 23 januari 1985 ontsnapte Hillis opnieuw uit de gevangenis. Een politiewoordvoerder verklaarde destijds dat de politie er "doodziek" van zou worden dat Hillis niet achter de gevangenisdeuren te houden is. "Het is uitermate triest dat criminelen van dit kaliber niet achter de gevangenisdeuren te houden zijn en dat zij na hun ontsnappingen weer overvallen plegen en mensen met vuurwapens bedreigen". Hillis werd op 26 januari geïnterviewd in de tv-show van Sonja Barend. In het programma werd een discussie met politie- en justitiewoordvoerders over de ontsnapping van Hillis plotseling onderbroken voor het interview. In het interview verklaarde Hillis dat hij zich ernstig bedreigd voelde door de hetze die de politie tegen hem zou voeren. "Ik heb nog nooit een vuurwapen gebruikt om mee te schieten. Ik heb mijn eigen grenzen bepaald. Maar door deze hetze zou die grens overschreden kunnen worden. Ik ben verschrikkelijk bang dat ik nu wel zal schieten." Namens de Amsterdamse politie stuurde woordvoerder Scholten op 30 januari een brief naar Sonja Barend over de uitzending. "Ons vertrouwen in u is geschokt door de wijze waarop u met politievoorlichter Klaas Wilting en daardoor met het stafbureau voorlichting en publiciteit uw programma tot stand heeft gebracht. In de voorbespreking die er met één van uw medewerkers is geweest is bewust informatie achtergehouden. Deze achtergehouden informatie acht ik essentieel om te bepalen of er al dan niet medewerking verleend kan worden aan uw programma." 
In mei 1987 diende Hillis een verzoek in om één van zijn tweelingdochtertjes op te mogen voeden in de gevangenis. Zijn vriendin, die ook al een kind van zeven had, kon volgens Hillis de opvoeding van de zeven weken oude tweeling niet in haar eentje aan. 
Medegevangenen van Hillis zouden achter het verzoek van Hillis hebben gestaan en zelfs een handtekeningenactie zijn gestart om Hillis te ondersteunen. De gevangenisdirecteur noemde het verzoek van Hillis hoogst ongewoon, maar hij vond dat geen reden om het bij voorbaat af te wijzen. 
Op 15 mei werd het verzoek afgewezen door de staatssecretaris van justitie. Volgens de staatssecretaris zouden aard en karakter van een gevangenis zich niet lenen voor de opvoeding van kinderen. 
Hillis zat op het moment van zijn verzoek gedetineerd in de zwaarbewaakte B-vleugel van de Scheveningse gevangenis, waar vluchtgevaarlijke gevangenen verbleven. 
In het weekeinde van 25 en 26 juli 1987 werd Hillis gearresteerd in Oostzaan. Hij had een weekendverlof van 48 uur. Eenmaal per zes weken kreeg hij dit verlof om hem in staat te stellen aan de opvoeding van zijn kinderen mee te werken. Hillis werd gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij een poging de kluis in het gemeentehuis van Oostzaan te kraken. Eerder zou hij ook hebben ingebroken in de naastgelegen vestiging van de NMB. Samen met Hillis werd de Amsterdammer J.P. gearresteerd. 
Stanley Hillis werd door het IRT, dat onderzoek deed naar de erven-Bruinsma, aanvankelijk gezien als lid van het middenkader van de Delta organisatie. Hij zou betrokken zijn bij de gecontroleerde hasjimporten en zich bezighouden met de smokkel van XTC naar Engeland. Later werd hij gerekend tot een van de leiders van Delta, samen met Mink K. en Jan Femer. Aan het begin van de jaren negentig zou hij samen met onder meer Mink K. volop in de hasjhandel zitten. De politie trof in 2005 foto's aan van het tweetal die werden gemaakt in Libanon waar het tweetal een hennepkwekerij zou hebben bezocht. 
In juni 1992 zou hij door de CID zijn benaderd omdat Joegoslaven hem zouden willen liquideren. Hillis stelde voor om de straat voor het politiebureau te laten afzetten door zijn eigen lijfwachten. Dit ging de agenten te ver. Uiteindelijk werd een afspraak gemaakt op een havengebied in Amsterdam. Twee rechercheurs werden naar een doodlopende straat gevoerd die was afgezet met een roadblock door mannen met riotguns.
Stanley Hillis zou voor John Mieremet en Sam Klepper hebben bemiddeld in een conflict tussen hen en Joegoslavische criminelen. In 2004 werd hij bij een verkeerscontrole gearresteerd met een wapen op zak. Hij werd hiervoor tot 3 maanden cel veroordeeld in juni 2004.  
Op 16 februari 2006 werd hij aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de moord op drugsbaron Jaap van der Heijden in 1993. Hij werd na zeer korte tijd weer vrij. Hillis wordt op het moment van zijn arrestatie gezien als een zakenpartner van Willem Holleeder
In een artikel in de Vrij Nederland in september 2006 werd Hillis genoemd als de 'baas der bazen, de capo di tutti capi' van Nederland. De Nederlandse misdaad zou een soort 'raad van bestuur' hebben en deze raad zou af en toe bij elkaar komen om te beslissen over belangrijke zaken, vaak over leven en dood.
Op 4 december 2007 werd een woning van Stanley Hillis in Amsterdam doorzocht door rechercheurs. Het was nog onduidelijk voor welk onderzoek de huiszoeking is gedaan. Er werden onder meer documenten uit het huis meegenomen.
Op 21 februari 2011 werd Stanley Hillis geliquideerd in de Fizeaustraat in Amsterdam. Hij werd van dichtbij neergeschoten en overleed ter plekke. De politie wilde zijn identiteit officieel nog niet bevestigen, maar getuigen hebben hem herkend en de auto waarin hij werd gevonden staat ook op zijn naam. Voor zijn dood was Hillis al diverse malen door de recherche gewaarschuwd dat zijn leven gevaar liep. Hij verbleef in de jaren voor zijn dood daarom vaak in het buitenland, onder andere in Spanje, Aruba, Suriname en de Nederlandse Antillen. Volgens de advocaat van Hillis voelde hij zich niet bedreigd en was hij een paar dagen voor zijn dood nog op het kantoor geweest. Hij maakte toen een kalme indruk en was blij dat het in zijn omgeving zo rustig was.
Hillis had op de dag dat hij werd vermoord rond het middaguur een afspraak met de bekende Amsterdamse crimineel Donald G. Die arriveerde kort na de moord op de plaats delict en werd aangehouden. Op 25 februari kwam hij weer vrij. Het OM zag geen aanwijzingen dat hij iets met de moord te maken had en vroeg de rechter-commissaris dan ook niet hem gevangen te houden.
Hillis zou in de Amsterdamse wereld in verscheidene conflicten verwikkeld zijn geraakt, waarvan sommigen al vele jaren terug gingen. Zo zou hij gebrouilleerd zijn geraakt met enkele oude compagnons uit de Delta-groep omdat veel geld zou zijn verdwenen. Dit geld zou zijn belegd bij Willem Endstra. Hillis zou zijn verweten dat hij geld had gekregen van Endstra en de anderen niet.
Op 22 april 2011 stond in De Telegraaf dat de politie de moord op Hillis zou hebben gefilmd vanuit een helikopter. Op de beelden zou te zien zijn geweest dat het busje van de moordenaars al in de Fizeaustraat stond te wachten en dat er vlak na de aankomst van Hillis een man uit het busje stapte en het vuur opende op Hillis. Daarna reed het busje verder de doodlopende Fizeuastraat in en moest aan het eind keren. Toen ze nogmaals langs Hillis reden zou er wederom iemand uit het busje zijn gestapt die nogmaals op Hillis zou hebben geschoten. Daarna gingen de daders er vandoor en slaagden ze erin te ontkomen, ondanks de aanwezigheid van een politiehelikopter en enkele auto's met rechercheurs. In de Tweede Kamer zou verbijsterd zijn gereageerd op het feit dat de daders onder de ogen van de politie wisten te ontkomen en een kamermeerderheid zou om opheldering hebben gevraagd van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie.