- Steven Kees Aäron Brown.
- Brown
werd geboren op 26 oktober 1954 in Californië, USA. Hij had een Nederlandse
moeder en enkele jaren na zijn geboorte vertrok het gezin naar Amsterdam in
Nederland. Brown ging zich al op jonge leeftijd bezighouden met
criminaliteit. Hij
bouwde een organisatie op die zich bezighield met drugshandel. Hij zou de
jongerencentra van de Stichting Happy Family gebruikt hebben als dekmantel voor de
drugshandel. Brown ontving voor de jongerencentra subsidie van de gemeente Amsterdam.
Zo zou het centrum in de Rustenburgerstraat jaarlijks zo'n 180.000 gulden
aan subsidie ontvangen. Aan het eind van 1984, begin 1985 werd die subsidie
stopgezet na een rapport van de accountantsdienst waaruit bleek dat het
centrum naast de subsidie ook inkomsten had uit de handel in soft drugs.
Toen de Happy Family een nadere toelichting had gegeven over de financiële
positie van het centrum werd de subsidie hervat. Wel zou bij de begroting
voor het jaar daarop bekeken worden of de Happy Family de subsidie nog wel
nodig had.
- Kort na de hervatting van de
subsidie liet de belastingdienst beslag leggen op de subsidie omdat de Happy
Family nog een schuld van 750.000 gulden zou hebben gehad. Het zou gaan om
niet afgedragen omzetbelasting van barverkopen. De Happy Family spande een
kort geding aan tegen de belastingdienst en in begin juli maakte de
Amsterdamse rechtbank een eind aan de beslaglegging. De belastingdienst zou
volgens de rechtbank onvoldoende hebben onderzocht of het jongerencentrum
wel verplicht was belastig te betalen over de omzetten aan drank en
softdrugs.
- In april 1985 wilden enkele
gemeenteraadsleden in Amsterdam van de Wethouder van Jeugdzaken in Amsterdam
weten hoeveel geld er bij de Stichting Happy Family werd verdiend met de
handel in softdrugs. Volgens de gemeenteraadsleden zou de geschatte
jaarlijkse omzet van de handel in hasj en marihuana ongeveer 12 miljoen
gulden bedragen. De winst zou ongeveer vier miljoen gulden zijn.
- Op 23 juli 1985 verklaarde de
advocaat van de Happy Family dat een hasjleverancier van het jongerencentrum
door de Amsterdamse belastingdienst zou zijn benaderd om in ruil voor
belastende verklaringen over de organisatie, in aanmerking te komen voor een
belastingvermindering van 30.000 gulden. De hasjleverancier zou niet op het
aanbod zijn ingegaan. De man
zou volgens de advocaat ook voor bereid zijn om zijn verklaring onder ede af
te leggen tijdens de behandeling van het hoger beroep tegen de uitspraak van
het kort geding dat de Happy Family had aangespannen tegen de
belastingdienst over de beslaglegging van subsidiegelden.
- Op 26 juli legde de
hasjhandelaar, Van E., voor de rechter-commissaris een belastende verklaring
af over de praktijken van de belastingdienst. Hij bleek bovendien het
gesprek met belastinginspecteur V. te hebben opgenomen. V. zelf was niet
aanwezig in de rechtszaak. Met toestemming van de minister van financiën
had hij zich beroepen op zijn geheimhoudingsplicht. Op 2 augustus 1985
bepaalde de rechter-commissaris echter dat V. zich niet mocht beroepen op
zijn geheimhoudingsplicht en dat hij onder ede een verklaring zou moeten
komen afleggen.
- Het ministerie van financiën
maakte op 9 augustus bekend dat de belastingdienst in beperkte mate tipgeld
betaalde, vooral in de sfeer van invoerrechten en accijnzen. Volgens het
ministerie bestonden er over de beatling van tipgelden geen op schrift
gestelde richtlijnen. Dit was ook niet nodig omdat beslissingen over het
uitloven en betaalbaar stellen van tipgelden centraal op het departement
genomen werden.
- Op 2 september bekende
belastinginspecteur V. dat hij, met medeweten van het hoofd van het
ontvangkantoor van de Amsterdamse belastingdienst, hasjhandelaar Van E. een
belastingvermindering van 27.000 gulden had aangeboden in ruil voor een
belastende verklaring over de Happy Family.
- Volgens sommige bronnen zou hij in die
tijd ook informant voor de DEA zijn geworden. Brown spreekt dit zelf tegen.
- Aan het begin van de jaren-90
zou Brown bevriend zijn geraakt met de Joegoslaaf Sreten J.
- Brown zou enkele tonnen hebben
geïnvesteerd in Rolan BV, een bedrijf van Ron Ondunk dat gebruikt zou
worden voor witwassen en als kas voor Joegoslavische criminelen.
- Aan het begin van 1992 zou Brown
grote ruzie hebben gekregen met Geurt R., de oud-lijfwacht van Klaas
Bruinsma. R. zou naar verluidt een partij hasj van Brown hebben geript. R.
zou aangifte hebben gedaan tegen Brown omdat hij zich bedreigd zou voelen
- Op 20 maart 1992 was Brown op
bezoek bij drugshandelaar Tony Hijzelendoorn, volgens eigen zeggen om hem te
waarschuwen voor een aanstaande liquidatie. De volgende ochtend werd
Hijzelendoorn inderdaad vermoord aangetroffen. Op 23 maart vertrok Brown uit
Nederland. Hij keerde midden april weer terug en werd op 22 april
aangehouden als verdachte van de moord op Hijzelendoorn. Half mei 1992 kwam
hij weer vrij omdat justitie tot de conclusie kwam dat hij niets met de
moord te maken had. Brown legde in die tijd verklaringen af tegen Martin
Hoogland. Brown werd vervolgens als bedreigde getuige naar Spanje gevolgen.
In Spanje zou hij een transport van 2000 kilo cocaïne hebben geregeld,
volgens hemzelf met medeweten van het IRT. Het transport werd echter
onderschept. In de zomer van 1992 zou hij door justitie naar Florida zijn
overgebracht.
- Na de moord op zijn vroegere
vriend Ron Ondunk op 15 juni 1998 zou Brown zich bedreigd hebben gevoeld.
Volgens een ANP-artikel zou hij toenmalig demissionair minister van Justitie
Sorgdrager per brief om bescherming hebben gevraagd.
- Steve Brown zou hebben verklaard
dat justitie hem een 'vorstelijke beloning' had beloofd als hij belastende
verklaringen zou hebben afgelegd over Charles Zwolsman.
- Op 9 december 1999
werd er een aanslag op Brown gepleegd in Amsterdam. Volgens getuigen werd hij
meerdere malen in de buikstreek geraakt. Hij raakte niet levensgevaarlijk
gewond. Hij zou blijvende schade hebben aan een arm, maar zou al weer begonnen
zijn met de studie rechten waar hij mee bezig is.
- In juni 2007 en januari 2009
kwam Steve Brown in het nieuws door ruzies met Peter R. de Vries. Volgens
diverse media zou Brown in juni 2009 een prijs van 500.000 euro op het hoofd
van Peter R. de Vries, Bas van Hout en Koen Scharrenburg hebben gezet.
