- Ton van D.
- Ton
van D. werd net na de Tweede wereldoorlog geboren in Rotterdam. In de jaren-70
was hij directeur van Triton Cleaning Service BV. Hij was actief als koppelbaas
en zou één van de grootste in het Rotterdamse havengebied zijn geweest.
In de herfst van 1983 werd hij op 37-jarige leeftijd veroordeeld tot 2 jaar cel
voor valsheid in geschrifte. In de gevangenis zou hij Ronald van E. hebben leren
kennen. Na zijn vrijlating zou hij de leider zijn geworden van een organisatie die zich had gespecialiseerd in de
productie en distributie van XTC. De organisatie had een schijnbaar legale
bovenbouw ontworpen voor het witwassen van het drugsgeld. Zo waren er meerdere BV's
opgericht die zich met allerlei zaken bezighielden, van sekslijnen en een
lingeriegroothandel tot Oost-Duitse treinwagons en onroerend goed in
Griekenland. Van D. zou zich bezig hebben gehouden met het sponsoren in de
kickbokswereld.
- Op vrijdag 14 februari
1992 werd hij gearresteerd en veroordeeld. Op 22 juni 1992 meldden zich twee
agenten bij de gevangenis, die Van D. meenamen voor verhoor. Hij verdween
spoorloos. Van D. zelf zegt dat hij niet is bevrijdt, maar dat de twee agenten
hem hebben laten ontsnappen om zo achter de locatie van de laboratoria te komen.
Op 17 augustus 1993 werd hij in Antwerpen in België opnieuw gearresteerd en twee weken
later werd hij aan Nederland uitgeleverd. Niet veel later werd hij veroordeeld tot 10 jaar
celstraf.
- In het proces tegen Ton van D.
en Ronald van E. hadden de advocaten het idee dat er gebruik was gemaakt
van omstreden opsporingsmethoden. Een oud-IRT-commissaris werd tijdens het
hoger beroep proces op 8 februari 1994 opgeroepen als getuige. Hij
verklaarde tot driemaal toe dat er inderdaad omstreden opsporingsmethoden
waren gebruikt. Op 11
februari 1994 ontkende hij dit echter. "Ik moet me hebben vergist.
Dat verbaast mijzelf ook. Gemiddeld gesproken mag ik over het functioneren
van mijn geheugen niet mopperen'. De verdediging beticht de commissaris
daarop van meineed, maar zover wil het hof niet gaan. Ze nemen genoegen
met de uitleg van de commissaris dat hij door kreeg dat hij zich had
vergist na een gesprek met een oud-collega van het IRT.
- Tijdens de rechtszaak tegen Van D. verklaarde een ex-PTT’er dat de telefoon van Van
D. was afgeluisterd door justitie zonder een benodigde machtiging van de rechter-commissaris. Zijn verklaring werd door de rechtbank en de officier van justitie echter als ongeloofwaardig beschouwd en de man werd meineed ten laste gelegd, waarvoor hij ter zitting direct werd aangehouden.
Op 5 november 1992 werd 10 jaar cel geëist tegen Ton van D.. Hij werd door de officier van justitie gezien als de leider van de organisatie.
Op 20 november werd Van D. conform de eis tot 10 jaar veroordeeld. Ook gelastte de rechtbank dat hij ruim 72 miljoen gulden aan de staat moest betalen. Als hij dat bedrag niet zou betalen kon hem een wettelijk maximum van zes maanden vervangende hechtenis worden opgelegd.
De advocaat van Van D. tekende beroep aan tegen de uitspraak.
In januari 1994 verklaarde de advocaat van Van D. dat de politie Van D. zelf had vrijgelaten om via hem een medeverdachte op te sporen. Volgens de advocaat was die ‘onaanvaardbare opsporingsmethode’ de reden voor de ontbinding van het IRT Noort-Holland/Utrecht.
Op 10 augustus 1994 werd Van D. door de rechtbank in Amsterdam op 46-jarige leeftijd veroordeeld tot een celstraf van 6 jaar. Er was 5 jaar geëist.
- Ronald van E. werd op 26 december 1999 voor zijn woning aan de
Minervalaan in Amsterdam door het hoofd geschoten. Hij raakte invalide en
zou sindsdien in een rolstoel zitten. Direct na de aanslag zou Ton van D.
beveiliging voor Van E. hebben geregeld. Van D. zou een groep
Rotterdammers naar het VU-ziekenhuis in Amsterdam hebben gestuurd om te
voorkomen dat de daders van de aanslag hun werk zouden komen afmaken. Van
D. legde een aantal dagen na de aanslag een verklaring af tegenover
Amsterdamse rechercheurs. Hij verklaarde dat hij dat zowel hijzelf als Van
E. geld hadden geïnvesteerd bij Willem Endstra.
Vlak nadat Van D. was gearresteerd zou Endstra hem hebben bedonderd en had
Van D. hem niet meer vertrouwd. Van D. verklaarde op dat moment dat hij
geen idee had wie er achter de aanslag op Van E. zat, maar dat het
vermoedelijk iemand was van wie Ronald van E. nog geld zou krijgen. Eén
van de Rotterdammers die Van D. naar het ziekenhuis had gestuurd zou in
een telefoongesprek hebben gezegd dat Endstra en Holleeder
doodgeschoten moesten worden.
- Een dag na het afleggen van
de verklaring en het telefoongesprek werd Van D. door Sam Klepper al ter
verantwoording geroepen. Klepper had toen al een kopie van het proces
verbaal met de verklaring van Van D.. Van D. en Klepper zouden elkaar
hebben ontmoet in een Chinees restaurant in Amsterdam en Klepper zou Van
D. hebben verteld dat hij grote belangen had bij Endstra en dat het voor
hem niet gunstig zou zijn als Endstra iets zou overkomen. In maart 2000
zouden Klepper en Van D. een overeenkomst hebben gesloten.
- Rond 2007 zou Van D. zichzelf
als 'gepensioneerd' beschouwen.
- Van D. zou hebben verklaard
dat Willem Holleeder, samen met Sam Klepper, probeerde de miljoenen van
Willem Endstra naar zich toe te trekken.