Willem Frederik Holleeder
Bijnaam: "De Neus"
Willem Holleeder werd geboren op 29 mei 1958 in Amsterdam. Tussen 1977 en 1982 zouden Holleeder, Cor van Hout, Frans M. en Jan B. zich bezig hebben gehouden met spectaculaire overvallen op banken, geldtransporten en grote winkels. Bij een overval op het hoofdpostkantoor in Amsterdam ontsnapte de groep in een speedboot. De buit zou uit 6 tot 7 miljoen gulden hebben bestaan. Hij was een van de ontvoerders van Alfred Heineken en zijn chauffeur in november 1983. Na de ontvoering dook hij samen met Cor van Hout onder in Parijs. Op 29 februari 1984 werden ze daar gearresteerd. Nederland verzocht om hun uitlevering. Op 7 maart 1984 moesten Holleeder en Van Hout voor een rechtbank verschijnen. De rechtbank besloot de beslissing over de uitlevering uit te stellen tot 21 maart, onder meer omdat het uitleveringsverzoek nog moest worden vertaald. Op 28 maart stonden de twee weer voor de rechter. Ze gaven toen aan dat ze niet meer mee wilden werken aan uitlevering aan Nederland. De Franse rechter moest daarom nagaan of hij het tweetal tegen hun zin aan Nederland kon uitleveren. 
Op 23 mei 1984 besliste het Hof van appèl in Parijs dat Holleeder en Van Hout aan Nederland uitgeleverd mochten worden. De argumenten van de verdediging dat de uitlevering niet kon op gevraagde onderdelen, onder andere ontvoering en gijzeling, werden van de hand gewezen. Voor het tweetal daadwerkelijk kon worden uitgewezen moest de Franse regering de uiteindelijke beslissing nemen. Er werd in december door de Franse rechtbank beslist dat Holleeder en Van Hout alleen voor 'schriftelijke bedreiging' uitgeleverd mochten worden. De minister van justitie van Nederland, Korthals Altes, trok op 5 december 1985 het uitleveringsverzoek in. Wel zouden Holleeder en Van Hout op de internationale opsporingslijst blijven staan zodat ze eventueel in een ander land gearresteerd konden worden.  
Holleeder en Van Hout kwamen op 6 december 1985 op vrije voeten in Frankrijk. Ze werden ondergebracht in een hotel in het plaatsje Beauvais. Frankrijk had ze tot ongewenste vreemdelingen verklaard.
Op 9 december 1985 werd bekend dat Holleeder en Van Hout een proces wilden aanspannen tegen de Staat der Nederlanden. Ze eisten daarin dat de minister van justitie de opgezegde uitleveringsprocedure alsnog zou afmaken en de uitspraak van de Franse Raad van State daarover zou respecteren. Die uitspraak kwam er op neer dat beiden in Nederland niet meer dan vier jaar celstraf opgelegd konden krijgen. 
Volgens advocaat Moszkowicz werd het proces mogelijk aangespannen omdat Nederland onbehoorlijk bestuur zou plegen. “Eerst procederen ze twee jaar en als er dan een beslissing komt die ze niet welgevallig is, lopen ze weg. Nou, zo zit de rechtspraak niet in elkaar. Wij eisen nu dat onze cliënten alsnog worden uitgeleverd aan Nederland met de beperking die de Franse Raad van State daarbij heeft opgelegd”.
Holleeder en Van Hout werden vervolgens tussen Franse kolonies in het caribisch gebied heen en weer gevlogen. De bevolking van de eilandjes kwam elke keer in opstand en uiteindelijk werden ze teruggevlogen naar Parijs. Op 15 juli 1986 trokken Holleeder en Van Hout het hoger beroep tegen het uitleveringsverzoek in. Volgens advocaat Moszkowicz wilden de twee de procedure bespoedigen omdat het allemaal wel erg lang duurde. Inmiddels was er tussen Nederland en Frankrijk een uitleveringsverdrag gesloten voor ontvoering en de twee werden uitgeleverd.
Op 5 februari 1987 werd een celstraf van 12 jaar geëist tegen Holleeder. De officier van justitie achtte bewezen dat hij betrokken was bij de ontvoering van Alfred Heineken en Ab Doderer. 
Op 19 februari 1987 werd Holleeder tot elf jaar veroordeeld. Van die elf jaar zou de periode die hij in uitleveringsdetentie had gezeten in Frankrijk worden afgetrokken.
In mei 1987 maakte het Openbaar Ministerie bekend dat de hoofddaders van de Heineken-ontvoering ook verdacht werden van 8 gewapende overvallen en één schietpartij in Amsterdam. Bij de overvallen, die tussen 1977 en 1983 werden gepleegd, werd ruim 6,5 miljoen gulden buitgemaakt. 
Op 22 mei zouden Holleeder en Cor van Hout over de verdenkingen zijn gehoord. Frankrijk moest officieel toestemming geven om het tweetal ook daadwerkelijk te kunnen vervolgen voor de overvallen en Nederland deed daarom een aanvullend uitleveringsverzoek. Juridisch mochten ze namelijk alleen worden vervolgd voor de verdenkingen waarvoor zij waren uitgeleverd. Het zou gaan om de volgende zaken:
1. Schietpartij op 16 oktober 1977 waarbij op de politie was geschoten. 
2. Overval op Van Gend en Loos geldloper op 16 januari 1978 op de Ceintuurbaan. Buit: 820.000 gulden.
3. Overval op AMRO in de Jodenbreestraat op 12 mei 1978. Buit: 150.000 gulden.
4. Overval op geldloper op de Ceintuurbaan op 9 november 1979. Buit: 450.000 gulden. 
5. Overval op geldloper op de Stadhouderskade op 27 maart 1980. Buit: 250.000 gulden.
6. Overval op Van Gend en Loos geldloper op 10 juli 1980 op het Surinameplein. Buit: 520.000 gulden.
7. Overval op de Makro in Duivendrecht op 22 december 1980. Buit: 2,4 miljoen gulden.
8. Overval op PTT kantoor aan de Oosterdokskade op 7 januari 1982. Buit: 1,7 miljoen gulden.
9. Overval op AMRO (of Rabo) in Aalsmeer op 8 november 1982. Buit: 400.000 gulden. 
Op 6 november 1987 keurde Frankrijk het aanvullende uitleveringsverzoek van Nederland om Holleeder en Van Hout te vervolgen voor acht overvallen en een poging tot doodslag op een politieman goed. 

Rond de jaarwisseling van 1991 en 1992 kwam Holleeder weer vrij. Hij zou zich na zijn vrijlating samen met Cor van Hout zijn gaan bezighouden met hasjhandel en prostitutie. In 1993 ontving de CIE in Amsterdam een tip dat Holleeder en Van Hout een overval zouden voorbereiden op de bloemenveiling in Aalsmeer. Voorbereidingshandelingen waren toen nog niet strafbaar en de politie besloot het duo te vertellen dat ze op de hoogte waren van de plannen. Samen met Cor van Hout kwam Holleeder regelmatig bij Ajax en FC Haarlem. Naar verluidt zou Holleeder de vrouw van de voorzitter van Haarlem eens tot op het bot hebben beledigd. Toen ze daar iets van zou hebben gezegd, zou ze door een vriend van Holleeder zijn geslagen. Er zou geen aangifte gedaan zijn.
Op 27 maart 1996 werd Cor van Hout neergeschoten. De aanleiding zou een mislukt drugstransport zijn waarvoor hij een boete van 1 miljoen zou hebben gekregen van Sam Klepper en John Mieremet. Van Hout had geweigerd deze boete te betalen. Na de aanslag betaalde Holleeder de boete. Dit zou leiden tot een definitieve breuk tussen Holleeder en Van Hout. Willem Holleeder zou zich hierna hebben aangesloten bij Klepper en Mieremet (op 11 september 2007 zou Holleeder voor de rechtbank hebben verklaard dat Klepper en Mieremet achter de aanslag op Van Hout zaten). In oktober 1997 werd hij gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij de organisatie van Cor van Hout. Hij werd echter al snel weer vrijgelaten. In oktober 1999 werd hij gearresteerd in verband met een grote wapenvondst in Amsterdam. 
Rond 1992/1993 zou Holleeder Willem Endstra hebben leren kennen. De twee raakten goed bevriend en zouden samen jarenlang bijna dagelijks getraind hebben in een sportschool. Ook zouden ze samen regelmatig bordelen hebben bezocht. Holleeder zou in die tijd tegen Endstra hebben gezegd dat hij van plan zou zijn het verdwenen deel van het losgeld van de Heineken-ontvoering terug te geven aan de familie Heineken. Aan het eind van de jaren-90 gingen de twee ook samen in zaken. Rond 2002 zou Holleeder zijn begonnen met het afpersen van Endstra. In 2003 voerde Endstra daarover gesprekken met de CIE. Endstra verklaarde dat ook andere vastgoedhandelaren zouden worden afgeperst door de groep rond Holleeder. Ook vertelde Endstra dat Holleeder, samen met enkele Joegoslaven, hem had bedreigd op het kantoor van advocaat Moszkowicz. In september 2004 kwam naar buiten dat Endstra Holleeder zou hebben willen laten vermoorden. Hij zou hierover hebben gesproken met o.a. Willem van B., de president van de Hells Angels. Van B. werd hiervoor uit de Hells Angels gezet. In juni 2005 werd bekendgemaakt dat Holleeder Willem Endstra voor miljoenen euro's zou hebben afgeperst en zou hebben gedreigd hem te vermoorden.
Sinds 2001 zou Holleeder een conflict hebben gehad met John Mieremet. Mieremet zou volgens eigen zeggen een groot bedrag aan Holleeder hebben gegeven. Holleeder moest dit bedrag aan Jotsa J. overhandigen. Mieremet had een conflict met J. sinds het begin van de jaren-90 en zou dat willen afkopen. Holleeder zou slechts een deel van het geld aan J. hebben gegeven. Volgens Mieremet zat Holleeder achter de aanslag op zijn leven op 26 februari 2002. Na die aanslag gaf Mieremet een interview aan De Telegraaf waarin hij verklaarde dat Endstra en Holleeder achter de aanslag zouden zitten. 
Op 2 juli 2003 werd Holleeder gearresteerd in Amsterdam in verband met vermeend verboden wapenbezit. Hij kwam de dag erna al vrij. Op 5 juli werd hij om dezelfde reden alweer gearresteerd. Dezelfde dag werd hij weer vrijgelaten. Volgens een woordvoerder van de politie gedroeg Holleeder zich als de Godfather van Amsterdam en tolereren politie en justitie dergelijk gedrag niet langer. De chef van de Amsterdamse recherche verklaarde in januari 2004 dat Holleeder samen met de Hells Angels een oorlog aan het uitvechten zou zijn met de Joegoslaven van Jotsa J.
In 2004 zouden Cees Houtman en een bevriende vastgoedhandelaar een pand in Amsterdam hebben gekocht dat eerder van Endstra was geweest. Holleeder zou echter aanspraak maken op de erfenis van Endstra en het tweetal zou zijn bedreigd en volgens sommige bronnen ook zijn afgeperst. Houtman bekende later tegenover rechercheurs de bedreigingen. Hij ontkende echter dat hij zou zijn afgeperst. 
Aan het eind van juli 2005 werd er een huiszoeking gedaan in de woning van Holleeder in Wassenaar. Het zou gaan om een huiszoeking in verband met het onderzoek naar de moord op Endstra.
Het Algemeen Dagblad kwam op vrijdag 20 januari 2006 met het nieuws dat justitie op het punt zou staan om Holleeder te arresteren. In een groot onderzoek naar de Hells Angels zou heel belastend materiaal tegen hem zijn verzameld. Volgens justitie zou hij de Hells Angels hebben omgevormd tot een grote drugs- en afpersbende. Holleeder verklaarde via zijn advocaat dat hij sinds de ontvoering van Heineken geen zware strafbare feiten meer heeft gepleegd en dat hij een eventuele strafzaak tegen hem vol vertrouwen tegemoet zag. 
In de nacht van 29 op 30 januari 2006 werd Willem Holleeder op verdenking van afpersing en mishandeling van onroerendgoedhandelaren aangehouden. 
Volgens een artikel in de Volkskrant op 3 februari 2006 zou justitie een verband zien tussen de liquidaties aan het begin van november 2005. Willem Holleeder zou volgens het artikel zes weken voor de liquidaties een bezoek hebben gebracht aan Mink K. in de gevangenis. Politie en justitie zouden onderzoeken of dit een 'strategisch overleg' was tussen de twee en of het bezoek verband houdt met de liquidaties. Op dezelfde dag verscheen in De Telegraaf een artikel over Willem Holleeder waarin werd gemeld dat er door justitie beslag is gelegd op negen panden van Holleeder. Het zou gaan om seks- en gokhuizen in het Amsterdamse wallengebied.
Op 9 januari 2006 verklaarde Holleeder in het tv-programma van John van den Heuvel dat hij onschuldig is en dat hij uitkijkt naar de rechtszaak zodat hij eindelijk de kans krijgt zichzelf te verdedigen. Over Thomas van der Bijl verklaarde hij dat Van der Bijl hem al jarenlang zwart liep te maken en dat dat zou komen doordat Cor van Hout eerst een relatie had met de zus van Van der Bijl en later met de zus van Holleeder. 
Aan het begin van februari 2006 werd bekend dat politie en justitie zou beschikken over meerdere kroongetuigen tegen Holleeder. Deze getuigen zouden volgens het AD worden opgenomen in een getuigenbeschermingsprogramma. Daardoor zouden de getuigen anoniem kunnen verklaren. Het zou gaan om drie getuigen, die belastende verklaringen zouden hebben afgelegd. Aan het eind van maart 2006 kreeg justitie toestemming van de rechtbank om de drie getuigen in te zetten. 
De Volkskrant kwam op 18 februari 2006 met een artikel waarin stond dat Holleeder van plan zou zijn geweest om John de Mol en Joop van den Ende af te persen. In 2003 zouden er plannen zijn geweest om de zoon van John de Mol te ontvoeren. Van den Ende en De Mol werden door de politie gewaarschuwd nadat Willem Endstra de recherche had verteld over de plannen. Zowel Van den Ende als De Mol verklaarden dat zij in 2003 inderdaad door de politie zijn gewaarschuwd voor een ontvoering. Beiden hebben na de waarschuwing de beveiliging rond hun families verhoogd. Na een maand of negen werd deze verhoogde beveiliging weer teruggebracht naar het oude niveau.
Op 20 maart 2006 maakte het Parool bekend dat Willem Endstra in gesprekken met de politie Holleeder beschuldigde van rond de 25 liquidaties, waaronder die op Sam Klepper en Cor van Hout. Holleeder zou hem dat zelf verteld hebben. Vaak zelfs voor de liquidaties plaatsvonden. Holleeder zou Endstra dan bij zijn oor hebben gepakt en gefluisterd hebben: ''Ken je die en die? Blijf dan maar even uit zijn buurt.'' Waarna het betreffende slachtoffer binnen twee weken werd doodgeschoten, meestal door Joegoslaven die Holleeder zou hebben laten invliegen. Ook Thomas van der Bijl zou Holleeder hebben genoemd als de opdrachtgever voor de moord van op Cor van Hout. 
Het AD kwam op 3 april met een artikel waarin stond dat Willem Holleeder diverse ambtenaren van politie en justitie had omgekocht. hij zou daarvoor honderdduizenden euro's hebben betaald. Holleeder zou door de informatie die hij kocht precies weten wat politie van hem wist. Ook zou hij precies hebben geweten welke criminelen in het geheim met justitie werkten. 
Ruim een week later kwam dezelfde krant met het bericht dat Holleeder een conflict zou hebben met Martin E., ook een voormalig Heineken-ontvoerder en de halfbroer van Cor van Hout. Het conflict zou gaan over de erfenis van Cor van Hout, waaronder een aantal gokhallen. 
Justitie zou in april 2006 het onderzoek naar de beschietingen van de redactie van het zakenblad Quote en het woonhuis van de Quote-eigenaar hebben heropend. Het OM zou over aanwijzingen beschikken dat Willem Holleeder achter deze schietpartij zou zitten. In november 2003 werd een salvo van 19 kogels op het pand van Quote afgevuurd. Enkele dagen eerder was het woonhuis van de eigenaar van Quote beschoten. Kort voor de schietpartijen had Quote een aantal artikelen gepubliceerd over Willem Endstra en zijn relatie met Holleeder. Ten tijde van die publicaties werd Holleeder ook bij het redactiepand gesignaleerd, waar hij volgens redactieleden 'de wacht hield'. 
Op 20 april 2006 werd in Amsterdam in café De Hallen Thomas van der Bijl geliquideerd. De naam van Willem Holleeder werd gelijk genoemd als mogelijke opdrachtgever voor deze liquidatie. Van der Bijl was één van de drie anonieme getuigen die verklaringen hadden afgelegd over Holleeder. Van der Bijl en Holleeder kenden elkaar al jaren. Na de ontvoering van Heineken vluchtten Cor van Hout en Willem Holleeder naar Frankrijk in de auto van Van der Bijl en Van der Bijl zorgde er later voor dat een deel van het losgeld werd veiliggesteld. Na de breuk tussen Van Hout en Holleeder bekoelde ook de relatie tussen Van der Bijl en Holleeder. 
Een paar dagen na de moord op Van der Bijl werd één van de anonieme getuigen verhoord in de streng beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp. De advocaten van Holleeder en zijn medeverdachten waren daar bij aanwezig. De getuige heeft verteld hoe Cees Houtman werd afgeperst door Holleeder en zijn medeverdachten. In opdracht van Holleeder zou Houtman in zijn eigen woning zijn bezocht en ernstig zijn bedreigd. Ook zijn vrouw en dochter werden bedreigd. Het verhoor met een derde anonieme kroongetuige werd eind april plotseling afgeblazen zonder opgaaf van reden. 
Op 28 april werd Willem Holleeder overgeplaatst naar de Extra Beveiligd Inrichting (EBI) in Vught. Tot nu toe zat hij ook vast in Vught, maar dan in het 'gewone' huis van bewaring.  Een woordvoerster van de gevangenis ontkende op 3 mei overigens dat Holleeder naar de EBI zou zijn overgeplaatst. Hij zou worden vastgehouden op de Landelijke Afzondering Afdeling (LAA) van de gevangenis. 
Justitie trok op 1 mei 2006 een rechtszaak tegen Holleeder in vanwege een beveiligingsprobleem. Holleeder moest voor de kantonrechter verschijnen omdat hij op 13 januari 2006 met zijn auto door rood licht was gereden en daarbij een scooterrijder had geschept. Willem Holleeder wilde zelf bij de behandeling van deze zaak aanwezig zijn. De zaak is door justitie tijdelijk ingetrokken omdat de zaak dan extreme beveiliging zou vergen en de kosten daarvan zouden enorm zijn. Justitie gaat kijken of de zaak op een andere wijze voor de rechter kan worden gebracht. Een mogelijkheid zou zijn om de kantonrechter, griffier en ondersteunend personeel zitting te laten houden in de gevangenis in Vught.
Volgens een artikel van de Geassocieerde Pers Diensten op 12 mei 2006 werd de familie van Willem Endstra na diens dood afgeperst door Willem Holleeder. Holleeder zou 150 miljoen euro hebben geëist van de familie Endstra. Dat zou zijn gebeurd in "een onvrijwillige vergadering" van de broer van Endstra met Holleeder op de dag na de moord.
In juli 2006 zou Willem Holleeder zijn overgeplaatst naar de EBI. Volgens De Telegraaf omdat men hem vluchtgevaarlijk acht, zeker na de vondst van een afgebroken theelepeltje in zijn cel. Een aantal dagen daarna kwam het ANP met het bericht dat een nieuwe anonieme getuige heeft gevonden en dat deze getuige kan verklaren over de persoonlijke betrokkenheid van Holleeder bij liquidaties.
Aan het eind van augustus 2006 gaf de rechter justitie groen licht op een vierde anonieme getuige in te zetten
In het Algemeen Dagblad van 4 januari 2007 stond dat er twee kroongetuigen zouden zijn die onder naam en toenaam zouden willen getuigen tegen Holleeder. Een Servische oud-politieman zou verklaren over de rol van Holleeder bij de liquidatie van Srdjan Miranovic in 2006. De andere getuige zou een goede bekende zijn van Willem Endstra. Tijdens de pro-forma zitting op 4 januari verklaarde Holleeder dat hij vindt dat het rechercheteam dat onderzoek naar hem doet, lijdt aan tunnelvisie. Zijn advocaat, mr. Moszkowicz beschuldigde rechercheurs zelfs van uitlokking tot moord op Holleeder. Zij zouden in gesprekken met Endstra hebben gesuggereerd dat Endstra Holleeder uit de weg kon laten ruimen. Officier van justitie De Vries kondigde aan dat Holleeder mogelijk apart vervolgd zal worden voor zijn vermeende aandeel in afpersing van Erik de Vlieger.
Op 9 januari 2007 kondigde Holleeder in een tv-programma van John van den Heuvel aan dat hij tijdens het proces in april verklaringen zou afleggen. Hij gaf aan blij te zijn als hij eenmaal voor de rechter zijn woordje zou kunnen doen. Dit tv-interview leidde tot wat opschudding in de politiek. 
Op 2 april 2007 begon het proces tegen Willem Holleeder. Een aantal dagen daarna werd hij onwel in de rechtszaal en moest hij met spoed worden geopereerd. Het proces werd uitgesteld en op 10 september 2007 weer hervat. Meer over het 'afpersingsproces' tegen Willem Holleeder >>
Op 17 september 2007 verklaarde officier van justitie IJzendoorn dat Holleeder 'in beeld' was als opdrachtgever voor de moord op Willem Endstra. In een getuigenverklaring zou verder staan dat Holleeder in een café openlijk de verantwoordelijkheid zou hebben genomen van de moord op Marco Eijk
Op 21 december 2007 werd Holleeder veroordeeld tot negen jaar celstraf voor de afpersingen van Willem Endstra, Cees Houtman en Rolf Friedländer.
Op 6 februari 2008 werd Willem Holleeder in zijn cel aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de moord op Srdjan Miranovic. Hij zou de opdrachtgever van de moord zijn geweest.
Op 8 april 2009 verklaarde Holleeder tijdens de behandeling van zijn rechtszaak in hoger beroep dat hij niet meer lang te leven zou hebben. Het OM eiste op 20 april 2009 in hoger beroep 10 jaar cel tegen Holleeder voor het afpersen van Willem Endstra, Cees Houtman en Rolf Friedländer. De advocaten-generaal hielden rekening met de ernstige hartklachten van Holleeder en zij achtten niet bewezen dat hij een criminele organisatie leidde. 
Willem Holleeder werd op 3 juli 2009 in hoger beroep eveneens tot 9 jaar cel veroordeeld. Volgens de voorzitter van het gerechtshof kwam uit het dossier van Holleeder het beeld naar voren van een opvliegend en agressief man die er niet voor terugdeinst met geweld te dreigen en dat te gebruiken. Volgens het hof had justitie bewezen dat Holleeder betrokken was bij de afpersingen van Willem Endstra, Cees Houtman en Rolf Friedländer. De advocaat van Holleeder kondigde na de veroordeling aan dat Holleeder in cassatie zou gaan. Volgens de advocaat was Holleeder buitengewoon boos en teleurgesteld na de veroordeling. 
Op 19 november 2009 werd bekend dat het OM een nieuwe getuige had in het grote liquidatieonderzoek. De getuige zou hebben verklaard dat Willem Holleeder, Dino S. en Ali A. in de Baja Beach Club in Rotterdam de moorden op Thomas van der Bijl en Cees Houtman hadden beraamd. 
Op 17 december 2009 werd bekend dat het Openbaar Ministerie 17,9 miljoen euro aan crimineel verdiend geld zou willen terugvorderen van Holleeder.
De Telegraaf meldde op 30 april 2011 dat Holleeder niet in aanmerking zou komen voor weekendverlof. Op dat moment zat hij in de gevangenis De Schie in Rotterdam. Het was gebruikelijk dat gedetineerden de laatste maanden van hun straf, Holleeder zou in januari 2012 vrij kunnen komen, overgeplaatst worden naar een zogenoemde halfopen inrichting om te wennen aan de terugkeer in de maatschappij. Bij dat mildere regime hoort normaal gesproken ook weekendverlof. Volgens de advocaat van Holleeder zou dit echter niet voor zijn cliënt gelden.
Op 30 september 2011 bracht  getuige Peter La S., in de strafzaak tegen Dino S., Willem Holleeder rechtstreeks in verband met de liquidatie van Thomas van der Bijl. Op 10 oktober zou officier van justitie De Haas een proces-verbaal hebben opgesteld dat het OM al vijf jaar wist dat Holleeder de opdrachtgever zou zijn geweest van enkele liquidaties. Peter la S. zou dat verklaard hebben. De verklaringen van La S. werden geheim gehouden op verzoek van La S. die vreesde voor de veiligheid van zijn familie als bekend zou worden dat hij ook over Holleeder verklaringen had afgelegd. Volgens La S. zou Holleeder achter de moorden op Cees Houtman en Thomas van der Bijl zitten.
Op 2 januari 2012 meldden diverse media dat Willem Holleeder aan het eind van januari vrij zou komen uit de gevangenis in Rotterdam. Volgens een woordvoerster van het OM bleef hij wel verdachte in het grote liquidatieproces. Bronnen binnen justitie zouden hebben laten weten dat er onvoldoende bewijs was tegen Holleeder om hem aan te houden. Het OM zou zich wel zorgen hebben gemaakt over de gevolgen van de vrijlating van Holleeder omdat het mogelijk tot onrust en liquidaties in het Amsterdamse criminele milieu zou kunnen leiden.
Enkele uren later kwam het OM met een persbericht dat er nog geen beslissing was genomen over het niet vervolgen van Holleeder voor zijn mogelijke aandeel bij diverse liquidaties.  

Willem Holleeder met Cor van Hout en Willem van B.

Willem Holleeder en Willem Endstra.

Holleeder op jonge leeftijd

Holleeder en zijn toenmalige advocaat Moszkowicz

Willem Holleeder en Willem Endstra

Willem Holleeder voor het pand van Quote

Cor van Hout en Willem Holleeder